Hay Mansvelders

Hay Mansvelders (1935) is als beeldend kunstenaar autodidact. Op jonge leeftijd ging hij werken bij Beeldenfabek St. Joseph, maker van religieuze beelden. Hier bekwaamde hij zich in het metier en ontwikkelde een uitgebreide kennis over de klassieke beeldtaal en de bijbehorende symboliek. Daarnaast volgde hij enkele jaren privélessen bij Limburgse kunstenaars als Sef Moonen en René Wong. 

In de jaren zestig was Hay medeoprichter van de Venlose Vrije Academie, een centrum voor kunstzinnige vorming; als (staf)docent richtte hij zich vooral op de artistieke ontwikkeling van jongeren. Het was zijn belangrijkste drive om juist deze groep de mooie kant van culturele zelfexpressie te laten zien. Voortdurend bedacht hij nieuwe wegen en middelen voor mensen die van huis uit niet met kunst en cultuur waren opgegroeid. 

‘Cultuur kan mensen veranderen’, zo zag hij het. Bij een van zijn meest spraakmakende projecten op dit vlak liet hij op alle woonadressen in Venlo een mondharmonica bezorgen. Kinderen die er na een maand op konden spelen, kregen op zijn voorspraak gratis muziekles. Wat hij toen vond, vindt Hay nog steeds: kunst moet voor iedereen beschikbaar zijn, niemand uitgezonderd. Het was immers zijn eigen ervaring dat creatieve expressie leidt tot het opbouwen van zelfvertrouwen.

In de jaren tachtig werd Hay directeur van Vrije Academie Noord-Limburg. Toen hij verstrikt raakte in een kantoor- en vergaderstructuur en steeds minder toe kwam aan zijn eigen werk, vestigde zich als ‘beeldend vormgever’, een naam die hij zelf had bedacht en sindsdien is blijven voeren. Hij zag zichzelf niet als kunstenaar, ‘uit respect voor de echte’, zo stelde hij met regelmaat. ‘Zoals Vincent van Gogh’, voegde hij daar dan aan toe.

Hay werd hoofdontwerper bij de Belgische firma Stone Art, later Marbell, die beschikte over een zelfontwikkeld procedé dat het mogelijk maakte gemalen marmer te gieten in mallen. Elk voor- en najaar presenteerde hij een beeldencollectie die internationaal bekendheid verwierf. In navolging hiervan ontwikkelde hij sculpturen voor onder andere het Wereld Natuur Fonds en het Belgische koningshuis. 

Alle aspecten van het vak waren Hay dierbaar – behalve het commerciële. Om het contact met de mensen niet te verliezen, begon hij met zijn vrouw Ton in de Venlose Jodenstraat Galerie Arton. Ze verkochten werk van hemzelf en van bevriende kunstenaars en verzamelaars. Nog steeds staan in zijn geboortestad Venlo diverse beelden van hem in de openbare ruimte, zoals Valuas en Guntrud, de stichters van Venlo, bij het Limburgs Museum en de Jocushaan bij het stadhuis. Sinds het overlijden van Ton in 2020 trekt Hay zich steeds meer terug in zijn eigen wereld. 

De basis voor Hays kunstenaarschap is en blijft zijn fascinatie voor alles wat groeit en bloeit; dieren, planten, mensen. Hij ontwikkelde een eigen beeldtaal, herkenbaar aan de afgewogen lijn tussen figuratie en abstractie. ‘Abstraheren is weghalen’, stelde hij altijd, en bij elk beeld moest daar een eigen, passende balans voor worden gevonden. Zo ontwikkelde Hay per beeld of beeldengroep een eigen, voor hem daadwerkelijk zichtbaar en invoelbare wereld. De figuren die hij uitbeeldde waren voor hem echt; dit is, volgens de mensen met wie hij in de loop der jaren samenwerkte, wat zijn werk zo krachtig maakt. Hoewel zijn beelden over de hele wereld succes oogsten, vindt hij het belangrijker dat ze door de mensen in hun hart worden gesloten.